Logo HPEC

Hand-pols expertise centrum Den Bosch (HPEC)

073-5536015

Buigpeesletsel

Wat is een buigpees letsel?
Een letsel van de buigpees van hand en/of vingers wordt vrijwel altijd veroorzaakt door een scherpe verwonding aan de buigzijde van de onderarm, de hand of de vingers door bijvoorbeeld een mes of glasscherf. Hierbij kunnen één of meerdere pezen doorsneden worden.
In uitzonderlijke gevallen kan er na een (klein) trauma een gesloten buigpees letsel optreden, waarbij de huid intact blijft en de (diepe) buigpees van de aanhechting aan het laatste vingerkootje afscheurt.

Klachten
Bij een buigpees letsel is het buigen van de aangedane vinger vaak beperkt of onmogelijk. Elke vinger heeft twee buigpezen (een oppervlakkige en een diepe buigpees) en handonderzoek is nodig om te bepalen welke pezen beschadigd zijn. Soms zijn de peesuiteinden in de wond zichtbaar. In sommige gevallen is er ook sprake van een doorsnijding van een vaat- en zenuwbundel van de vinger, waardoor de doorbloeding en/of het gevoel in de vinger verminderd of afwezig is.


Oorzaak

Buigpees letsels worden veroorzaakt door scherpe, stompe, of plet verwondingen vaak in combinatie met huidverwondingen en soms met botbreuken. Gesloten letsels en spontane rupturen zijn zeldzaam.

Behandeling
Vaak wordt u door de huisarts en/of op de spoedeisende hulp door een poortarts van het ziekenhuis gezien. Deze zullen u verwijzen naar de plastisch chirurg. Bij een buigpees letsel  worden door middel van sterke hechtingen en bepaalde knooptechnieken beide uiteinden aan elkaar gehecht. Bij voorkeur gebeurt dit binnen enkele dagen na het letsel (binnen 72 uur). Vaak is het noodzakelijk de aanwezige wond te verlengen om de pees uiteinden op te zoeken en te hechten. Stevigheid van de peesverbinding treedt pas op nadat de pees genezen is (ongeveer 6 weken). Omdat de hechtingen zelf onvoldoende stevig zijn om de vinger onbeschermd te gebruiken, wordt in de meeste gevallen een zogenaamde dynamische spalk (Kleinert spalk) aangebracht, zodat direct gestart kan worden met actief strekken maar passief buigen van de vinger. Dit gebeurt middels een elastiekje (zie nabehandeling).
Ter plaatse van de vinger lopen de buigpezen door een peeskoker. Voor een goede buigfunctie is het belangrijk dat de pezen ten opzichte van elkaar kunnen verschuiven, maar ook het soepel glijden van de pezen in de peeskoker zelf is van belang. Indien het buigpees letsel zich op het niveau van de vinger bevindt, kunnen tijdens het genezingsproces verklevingen ontstaan tussen de peeskoker en de pezen en de pezen onderling. In sommige gevallen is er daarom nog een tweede operatie nodig om de verklevingen los te maken.

Indien de buigpees doorsnijding te laat gezien wordt kan het voorkomen dat de pees uiteinden zich hebben teruggetrokken en deze niet meer te hechten zijn. Over het algemeen wordt dan een pees reconstructie verricht met behulp van een peestransplantatie uit de onderarm of voet. Hiervoor zijn twee operaties nodig. In de eerste operatie wordt een zogenaamde spacer ingebracht. Dit siliconen buisje wordt op de plaats van de afwezige pees gelegd, zodat er door het lichaam zelf hieromheen een bindweefseltunnel (peeskoker) wordt gemaakt. Na minimaal drie maanden volgt een tweede operatie, waarbij een pees uit de onderarm of voet wordt gebruikt. Dit peestransplantaat wordt door de nieuw ontstane bindweefsel tunnel gehaald en tussen de twee oude peesuiteinden gehecht. De (na)behandeling is langdurig en zeer intensief en wordt vanaf vroeg na de hersteloperatie begeleid via het HPEC.

Complicaties
Voor iedere operatie aan de hand en pols bestaan de complicaties uit nabloedingen, infecties, koude-intolerantie en ontwikkelen van vegetatieve ontregeling (zie vegetatieve ontregeling). Specifiek voor het hechten van een pees is de belangrijkste complicatie het knappen van de peesnaad. Met name de eerste negen weken bestaat dit risico en om deze kans te verkleinen is een goede nabehandeling essentieel. Bij het plaatsen van een spacer is er iets meer risico op infectie omdat er lichaamsvreemd materiaal wordt geplaatst in de hand. Om deze kans te verkleinen wordt er meestal tijdens de operatie een antibioticum gegeven via het infuus.
Ook op langere termijn kunnen er beperkingen in de strek- en buigfunctie aanwezig blijven. Om dit risico te minimaliseren, is intensieve begeleiding door het HPEC noodzakelijk.

Nabehandeling
Na het hechten van de pees is een goede nabehandeling essentieel voor het uiteindelijke resultaat. Het doel van de nabehandeling is het zo snel mogelijk veelvuldig laten glijden van de pees door de peeskoker, dit om de kans op verklevingen te verkleinen maar ook om de pees zo krachtig mogelijk te maken. Het oefenen moet gedoseerd gebeuren anders bestaat er een reële kans dat de peesnaad knapt. Het nabehandelingstraject duurt drie maanden, waarbij de buigpees aanvankelijk alleen passief wordt bewogen in de spalk. In een later stadium actief en uiteindelijk vindt opbouw van de spierkracht van de hand plaats. De nabehandeling (wondverzorging, maken van de spalk en het begeleiden van het oefenprotocol) gebeurt door gecertificeerde Handtherapeuten van het HPEC.